Dramatische vorming



Drama:
Doelen van drama
Het geven van inzicht in de opbouw van een rol en een verhaal
Het gebruik van decor en kleding
De overdracht naar publiek
Het leren gebruiken van verschillende spelvormen
Kennismaken met professioneel theater en de manier waarop een voorstelling tot stand komt
Niet alle kenmerken van drama komen in de elke leeftijdsfase aan bod. In de jongere jaren is de dramatische vorming anders van vorm dan bij het oudere schoolkind of de bij jongere. Dat komt door te ontwikkeling van de kinderen en jongeren die steeds in een ander stadium zit
Zoals je net hebt gelezen is het doel van dramalessen niet alleen om vaardigheden in het toneelspelen te leren. Er is ook een aantal pedagogische doelen dat je door middel van dramatische vorming kunt behalen. Het is bij het stimuleren van die doelen is het belangrijk dat het kind zich binnen een veilige omgeving leert ontwikkelen op dramatisch vlak waarbij hij een positief zelfbeeld bevordert dat helpt erbij. Zorg ervoor dat de opdrachten binnen de belevingswereld van het kind liggen en breed genoeg zijn om er hun fantasie op los te laten.
Een paar van die pedagogische doelen zijn:
Ontwikkelen van inlevingsvermogen
Stimuleren van creativiteit en fantasie
Vergroten van zelfstandigheid
Ontwikkelen van communicatieve vaardigheden
Leren samenwerken
Ontwikkelen van verbaal en non-verbaal uitdrukkingsvermogen
Over het algemeen worden dramalessen volgens een bepaalde opbouwen gegeven. Daarbij zijn er verschillende fases in dramalessen. Fase 1 losmaking is bijvoorbeeld rondlopen in de ruimte, op de grond ontspannen. Fase 2 concentratie probeer je in te leven in wat of wie je gaat spelen. Kan ook de introductie van een rol of ervaring zijn. fase 3 individuele activiteit voorbereiden op samen bezig zijn, je eigen stukje voelen en uitproberen. Fase 4 groepsactiviteit komt niet altijd voor. Beweging en taal samen uitvoeren. Fase 4 evaluatie terugkoppelen hoe het is gegaan. Welke beleving hadden de kinderen. Tijdens deze lessen oefen je vaak je vaak met de volgende spelvormen:
Spelvormen vanuit taal: denk aan klankspelen, gespreksspelletjes
Spelvormen vanuit beweging: pantomime en tableau
Spelvormen vanuit dramatisch spel: afspreekspelen, inspringspellen, improvisatiespelen, toneelspelen en spelen met materiaal
Je kunt bij drama-activiteiten vragen gebruiken om een situatie te verbeelde. Er zijn vijf van die spelelementen en het zijn allemaal vragen
Wie doet iets?
Wat doet het personage?
Wanneer gebeurt het?
Waar speelt het zich af?
Waarom doet dat personage het?